**1..** De kosten die verband houden met de taken zoals genoemd in artikel 4 worden bestreden uit:
rijksbijdragen;
opbrengsten van verrichte diensten;
bijdragen van de deelnemende gemeenten;
overige inkomsten.
**2..** De bijdragen van de deelnemende gemeenten als genoemd in lid 1 worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners van iedere gemeente, per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar, overeenkomstig de aantallen zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek deze openbaar gemaakt heeft. Uitgezonderd hiervan zijn de dienstverleningen en verrichtingen, die het Algemeen Bestuur heeft aangemerkt om in rekening te brengen aan de deelnemende gemeenten of derden op basis van een tarief zoals het Algemeen Bestuur dit vastgesteld heeft.
**3..** Het Dagelijks Bestuur kan besluiten, dat de deelnemende gemeenten een voorschot op de verschuldigde bijdragen betalen. Het Dagelijks Bestuur stelt de gemeenten schriftelijk in kennis van dit besluit.
**4..** Binnen vier weken nadat de deelnemende gemeenten in kennis gesteld zijn van dit besluit, wordt het voorschot aan het openbaar lichaam overgemaakt.
**5..** Het Algemeen Bestuur bepaalt – gehoord de gemeenten – de maximale hoogte van de algemene reserve van de dienst. Het exploitatieresultaat van enig jaar wordt zo mogelijk toegevoegd danwel onttrokken aan die algemene reserve.
**6..** Bij opzegging van de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 4 lid c en d van deze regeling, vergoedt de betrokken gemeente aan de GGD Brabant-Zuidoost het daaruit voortvloeiende financiële nadeel, zoals het Algemeen Bestuur dit heeft vastgesteld.