Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
burgemeester een evenement te organiseren.
Geen vergunning is vereist voor een klein evenement zoals
bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder e.
De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de
melding van een klein evenement besluiten om dat te verbieden,
indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare
orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu
in gevaar komt.
Het verbod in het eerste lid is tevens niet van toepassing op
een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien
wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
1994.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:3 dient een aanvraag
om een vergunning ten behoeve van:
o a. een groot evenement uiterlijk zes maanden voor aanvang van het
groot evenement te worden ingediend en tevens vóór 1 november van het
jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenement gepland staat te
worden aangemeld bij de burgemeester;
o b. een evenement uiterlijk acht weken voor aanvang van het evenement
te worden ingediend.
De burgemeester kan in afwijking van het gestelde onder a. en b. de
uiterlijke datum van de aanvraag afzonderlijk bepalen in verband met de
benodigde voorbereidingstijd.
In afwijking van de in artikel 1:2 genoemde beslissingstermijn
besluit de burgemeester op de aanvraag voor een vergunning voor
een groot evenement binnen zes maanden na de dag waarop de
aanvraag ontvangen is. De burgemeester kan deze termijn
verlengen met twaalf weken.
De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften en
beperkingen verbinden met het oog op de in artikel 1:8 bedoelde
belangen en ter verzekering van de nakoming van deze
voorschriften en beperkingen in de vergunning bepalen dat een
waarborgsom moet worden betaald voordat het evenement wordt
gehouden.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
beslissen) niet van toepassing.