Begripsbepalingen
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In deze verordening wordt verstaan onder:
wet: de Wet werk en bijstand
WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
WSF 2000: Wet Studiefinanciering
bijstandsnorm: de normen als bedoeld in artikel 21 van de wet, vermeerderd met de maximale toeslag als bedoeld in artikel 25 lid 2 van de wet;
referteperiode: een onafgebroken periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum;
peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op langdurigheidstoeslag ontstaat;
inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.