Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 5.2

Vaststellen hoogte persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Wassenaar 2015

1.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende bijdrage, waaronder gerekend onderhoud, reparatie en verzekering zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is. 2.. De hoogte van het persoonsgebonden budget waarmee diensten worden ingekocht bij een professional bedraagt in ieder geval niet meer dan een percentage van het tarief waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd. 3.. De hoogte van het persoonsgebonden budget waarmee diensten worden ingekocht bij een persoon die niet als professional wordt aangemerkt wordt vastgesteld op basis van een tarief dat in ieder geval lager is dan welke geldt voor in het tweede lid en maximaal het op grond van de Wet langdurige zorg geldende pgb-uurtarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners.2. 4.. Het college stelt nadere regels voor de hoogte van het persoonsgebonden budget voor: woningaanpassingen; de tarieven als bedoeld in het tweede en derde lid waaronder in ieder geval het percentage als bedoeld in het tweede lid; bij de vaststelling van het percentage als bedoeld onder b neemt het college, indien van toepassing, de reële overheadkosten van de aanbieder in aanmerking. 5.. Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen welke voldoet aan de kwaliteit met betrekking tot het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verleend. 6.. De hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 5.1 zesde lid van de verordening bedraagt 100% van de kosten die de gemeente betaalt aan de gecontracteerde leveranciers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel