Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.2

Hoogte persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Weert 2015

1.. Het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden is afgeleid van de door het college voor 2015 ingekochte diensten in het kader van het resultaat “een schoon en leefbaar huis”. Het tarief voor ondersteuning bij huishoudelijke taken bedraagt maximaal € 23,75 per uur. 2.. Bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het eerste lid hanteert het College de volgende categorieën: Maximaal 100% van het tarief indien het persoonsgebonden budget wordt aangewend om een maatwerkvoorziening in te kopen bij een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d of e, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit artikel. Maximaal 80% van het tarief indien het persoonsgebonden budget wordt aangewend om een maatwerkvoorziening in te kopen bij: een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van maatschappelijke ondersteuning; en die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel aan wie een geldige beschikking als bedoeld in artikel 3.156 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is afgegeven. Maximaal het uurloon dat afgeleid is van het wettelijk minimumloon, vermeerderd met 20% van dat loon indien het persoonsgebonden budget wordt aangewend om een maatwerkvoorziening in te kopen bij waarmee de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is toegekend dan wel degene daarover verantwoording is verschuldigd een arbeidsovereenkomst aangaat. Maximaal het tarief van categorie C verminderd met 20% indien het persoonsgebonden budget wordt aangewend om een maatwerkvoorziening in te kopen bij een persoon zijnde een familielid in de eerste of tweede graad, dan wel een familielid in de eerste of tweede graad van de wettelijk vertegenwoordiger die verantwoording over het persoonsgebonden verschuldigd is en waarmee de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is toegekend dan wel degene die daarover verantwoording is verschuldigd geen arbeidsovereenkomst aangaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel