Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III: › Paragraaf 2:

Artikel 16:

Orde van de vergadering

Onderdeel van Reglement van orde 2015

1.. Nadat de voorzitter de mededelingen heeft gedaan, wordt overgegaan tot de vaststelling van de agenda. 2.. De voorzitter en ieder lid kunnen bij de vaststelling van de agenda en tijdens de vergadering mondeling een ordevoorstel doen. 3.. Een dergelijk voorstel kan slechts betrekking hebben op: het aan de agenda toevoegen van een motie, een interpellatie of een mondelinge beantwoording van een schriftelijke vraag; het wijzigen van de volgorde van te behandelen agendapunten; het tegelijk behandelen van bepaalde agendapunten; het afvoeren van een bepaald agendapunt; het uitstellen van de behandeling van een agendapunt tot een nader te bepalen tijdstip. 4.. Over een ordevoorstel beslist de raad terstond. 5.. Vervolgens stelt de voorzitter de te behandelen onderwerpen achtereenvolgens aan de orde door eerst per onderwerp te vragen of een der leden over het onderwerp het woord wil voeren dan wel daarover een stemverklaring wil afleggen. 6.. Wanneer geen van de leden over een onderwerp het woord wil voeren stelt de voorzitter vast dat conform het voorstel besloten is. 7.. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 8.. Vervolgens stelt de voorzitter de nog te behandelen onderwerpen achtereenvolgens aan de orde.

Rechtspraak bij dit artikel