Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III: › Paragraaf 3:

Artikel 25:

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van orde 2015

1.. Na het sluiten van de beraadslagingen en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. 2.. De gemeenteraad stemt door middel van hand opsteken tenzij de voorzitter of één van de leden om hoofdelijke stemming vraagt. 3.. Indien hoofdelijke stemming wordt verlangd worden de leden door de voorzitter tot het uitbrengen van hun stem opgeroepen, te beginnen met het lid dat door het lot wordt aangewezen en vervolgens in alfabetische volgorde. 4.. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 5.. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. 6.. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 7.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen.

Rechtspraak bij dit artikel