Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV:

Artikel 33:

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde 2015

1.. Schriftelijke vragen worden bij de voorzitter ingediend. Deze zendt de vragen na ontvangst direct aan de overige leden van de raad. 2.. Indien bij het college van burgemeester en wethouders of bij de burgemeester overwegende bezwaren bestaan tegen beantwoording van de gestelde vragen, wordt dit aan het betrokken lid en de raad onder opgave van redenen medegedeeld. 3.. Bestaan zodanige bezwaren niet, dan antwoordt het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester het betrokken lid schriftelijk en zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen één maand nadat de vragen zijn binnengekomen. Is beantwoording binnen die termijn niet mogelijk, dan wordt dit, onder opgave van de reden, aan het betrokken lid medegedeeld. De burgemeester zendt het antwoord op de gestelde vragen tegelijkertijd aan de overige leden van de raad toe. 4.. Het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester kunnen, op verzoek van de vragensteller, besluiten de vragen mondeling te beantwoorden. Deze beantwoording geschiedt dan, zo mogelijk, in de eerstvolgende raadsvergadering. Bij deze beantwoording worden de leden van de raad in de gelegenheid gesteld een korte aanvullende vraag te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel