De verplichtingen die ingevolge de artikelen 47, 49, 50, 51 en 53a van de Algemene Wet inzake rijksbelastingen, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 31 van de Wet waardering onroerende zaken bestaat jegens de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken, gelden mede jegens de volgende personen::
De teamleider van de werkeenheid Belastingen en Invordering;
De medewerkers van de werkeenheid Belastingen en Invordering