**1..** Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in de artikel 14 intrekken:
als niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot effectuering van de vergunning (te weten onttrekking, samenvoeging, omzetting of verbouwing van de woonruimte);
als de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
als de voorschriften als bedoeld in artikel 15, derde lid niet worden nageleefd.
**2..** De vergunning als bedoeld in artikel 14 van deze verordening, kan voorts worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
**3..** Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.