Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a.Medewerker:
De ambtenaar, zoals bedoeld in artikel 1:1, lid 1, onder a., van de CAR/UWO;
b.Studiefaciliteiten:
Het geheel van vergoedingen in geld en/of tijd voor opleidingskosten;
c.Bijscholingsactiviteiten:
Scholingsactiviteiten waarmee de medewerker gaat of blijft voldoen aan de gestelde functie-eisen, zoals vastgelegd in de voor hem geldende functiebeschrijving. Hieronder begrepen opleidingen voor een vacante functie binnen de organisatie;
d.Vakkennisgerichte activiteiten:
Scholingsactiviteiten waarbij ten opzichte van de opleidingseisen, zoals gesteld in de voor de medewerker geldende functiebeschrijving, sprake is van een verdieping/verbreding van de kennis;
e. Op doorgroei gerichte opleidingen:
Scholingsactiviteiten waarbij ten opzichte van de opleidingseisen, zoals gesteld in de voor de medewerker geldende functiebeschrijving, sprake is van een hoger niveau dan voor de functie vereist;
f.Herscholingsactiviteiten:
Scholingsactiviteiten waarmee de medewerker geschikt wordt voor een andere dan zijn eigen functie, die niet vacant is binnen de organisatie of die niet als zodanig voorkomt binnen de organisatie;
g.Opleidingskosten:
Cursus-, les- en/of collegegelden, reis- en verblijfskosten, examen- en diplomagelden, studiemateriaal, met uitzondering van schrijfbehoeften, verzendkosten, duurzame gebruiksartikelen en niet verplicht met de studie verband houdende kosten;
h.Opleidingsjaar:
Een periode van maximaal 12 maanden.
i.(Deugdelijke) opleiding:
Een eendaagse of meerdaagse opleiding, workshop, seminar, (opfris)cursus of training die gegeven wordt door een erkend opleidingsinstituut