**1..** Als burgemeester en wethouders, op grond van de door hen ingewonnen inlichtingen, van oordeel zijn dat de medewerker niet regelmatig of niet voldoende studeert, waardoor hij redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht zijn studie binnen de termijn, zoals bedoeld in artikel 5, te volbrengen, dan zijn zij bevoegd verleende studiefaciliteiten, al dan niet tijdelijk, in te trekken.
**2..** Intrekken van studiefaciliteiten vindt niet plaats wanneer de medewerker aannemelijk kan maken dat de onregelmatige of onvoldoende studie het gevolg is van feiten of omstandigheden die niet aan hem zelf zijn te wijten.
**3..** De medewerker is verplicht de inlichtingen te verstrekken die burgemeester en wethouders nodig achten. In ieder geval moet hij de afdelingsmanager op de hoogte stellen van zijn besluit te stoppen met de studie.