Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Passende vervoersvoorziening

Onderdeel van Besluit vervoersvoorziening jeugdhulp gemeente Bunnik 2015

1.Het college bepaalt welke vervoersvoorziening het meest passend is. De toe te kennen vormen van vergoedingen op volgorde van opschaling zijn als volgt: Aansluiting bij reeds bestaande vervoersbewegingen in het kader van de Wmo en/of leerlingenvervoer binnen (aanvullende) afspraken met het betreffende vervoersbedrijf voor zover dit mogelijk blijkt na afweging van de gemeente. Hierin wordt zowel de inhoudelijke als logistieke component meegewogen. Het oordeel van de gemeente is leidend. Kilometervergoeding indien de ouders de jeugdige zelf vervoeren of te laten vervoeren, op basis van een vastgesteld tarief conform de Reisregeling binnenland (rijksregeling voor reis- en verblijfskosten) voor de kortste route op basis van de ANWB-routeplanner. OV-vergoeding (voor jeugdige en zo nodig diens begeleider) indien: de jeugdige jonger dan negen jaar is (peildatum beschikking), en door de ouders genoegzaam wordt aangetoond dat de jeugdige niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken, of de jeugdige door een structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Aangepast vervoer indien: de jeugdige met gebruikmaking van openbaar vervoer naar de jeugdhulpinstelling of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de jeugdige door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; de jeugdige, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking niet in staat is – ook niet onder begeleiding –van openbaar vervoer gebruik te maken.

Rechtspraak bij dit artikel