Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Toepassing kostendelersnorm

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Dalfsen 2015

In het eerste lid wordt bepaald dat bij het vaststellen van bijzondere bijstand rekening wordt gehouden met de kostendelersnorm. De kostendelersnorm is ingevoerd om waar mensen gezamenlijk kosten voor bijvoorbeeld huur en eten kunnen delen de algemene bijstand daarop aan te passen. De bijzondere bijstand is echter niet bedoeld voor algemene bestaansmiddelen, maar voor bijzondere omstandigheden. Er is hierbij sprake van een individuele beoordeling. Wanneer bijvoorbeeld een betalingsregeling getroffen wordt, wordt uitgegaan van het daadwerkelijke inkomen. Dat betekent dat bij de bijstandsnorm dan wel rekening wordt gehouden met een eventuele kostendelersnorm, omdat dan het daadwerkelijke inkomen lager is. Het tweede lid regelt dat bij de draagkrachtbepaling voor alleenstaande ouders wordt uitgegaan van de inkomensnorm volgens de Participatiewet + 20% wettelijk minimumloon. Voorheen kreeg de alleenstaande ouder 90% van het wettelijk minimumloon terwijl een alleenstaande 70% ontving. Per 1 januari 2015 is de bijstand voor ‘alleenstaande ouders’ en ‘alleenstaanden’ gelijkgetrokken. Daarbij wordt opgemerkt dat het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders, verstrekt door de Belastingdienst, omhoog gaat met maximaal € 3.050 per jaar. Met de verhoging van de kindregelingen blijft het inkomen in de praktijk nagenoeg gelijk. Wanneer het inkomen van een werkende alleenstaande ouder met de alleenstaande norm wordt vergeleken, ontstaat er direct draagkracht: er is dus geen sprake van autonome draagkracht. Toepassing van deze berekening voorkomt deze ongewenste ontwikkeling.

Rechtspraak bij dit artikel