Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Bijzondere voorschriften en beperkingen

Onderdeel van Kapverordening Dinkelland 2015

Aan een vergunning kunnen onder meer de navolgende voorschriften en beperkingen worden verbonden: dat binnen een bepaalde termijn nadat van de vergunning gebruik is gemaakt moet worden herplant overeenkomstig in de vergunning opgenomen aanwijzingen; en dat, als een voorschrift als bedoeld onder a. wordt gegeven, daarbij tevens wordt bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen; dat van de vergunning pas gebruik mag worden gemaakt als nader aangeduide omstandigheden zijn ingetreden of nadere aangeduide voorwaarden zijn vervuld; dat van de vergunning geen gebruik meer mag worden gemaakt, voor zover daarvan binnen een in de vergunning opgenomen termijn na het onherroepelijk worden van de vergunning geen gebruik is gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel