Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening Wmo 2015 gemeente Midden-Drenthe

1.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een zaak wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura. 2.. Voor zover dit geen onderdeel is van het, met inachtneming van lid 1 bepaalde, persoonsgebonden budget, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 3.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten. 4.. Indien een cliënt ten behoeve van wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere voorzieningen betrekt van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, wordt de hoogte van het PGB aangepast tot een lager tarief dat door het college in het Besluit wordt vastgesteld. 5.. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 6.. Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over de hoogte van het persoonsgebonden budget en de voorwaarden waaronder een persoonsgebonden budget kan worden verstrekt. 7.. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald.

Rechtspraak bij dit artikel