**1..** Indien de beoordeelde conform artikel 3 lid 11 heeft aangegeven niet akkoord te gaan met de beoordeling, zal een gesprek plaatsvinden met de beoordeelde, de beoordelaar en de leidinggevende van de beoordelaar.
**2..** In dit gesprek worden beoordeelde en beoordelaar gehoord en wordt getracht alsnog tot voldoende wederzijdse overeenstemming te komen. Zo mogelijk kan de beoordeelde een schriftelijke reactie op de beoordeling laten toevoegen aan het reeds vastgestelde verslag.
**3..** Op basis van de resultaten van dit gesprek stelt de leidinggevende van de beoordelaar vast of de beoordeling qua proces goed is verlopen en qua inhoud voldoende is gemotiveerd en geeft zijn zienswijze hierop aan zowel beoordeelde als beoordelaar.
**4..** Indien de beoordeelde en beoordelaar niet in voorgaand gesprek tot wederzijdse overeenstemming zijn gekomen, kan beoordeelde binnen zes weken na de datum, waarop de vastgestelde beoordeling naar hem is toegezonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij burgemeester en wethouders.
**5..** Op het bezwaarschrift als genoemd in lid 4 van dit artikel is de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing. In de Verordening Commissie Bezwaarschriften is de procedure hiertoe beschreven.