Deze verordening verstaat onder:
afdeling: organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen verantwoordelijkheid toegekend door het college op grond van artikel 160 lid 1c van de Gemeentewet;
netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;
resultaatgebied: onderdeel van een programma bestaande uit een samenstel van een aantal samenhangende producten of een enkel product.
product: onderdeel van de productenraming bestaande uit een samenstel van een aantal samenhangende activiteiten.
investering: opoffering in tijd, geld en/of menskracht waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.
investeringskrediet: budget voor het realiseren van investeringen.
budget: door de gemeenteraad geautoriseerde hoeveelheid geldmiddelen voor een bepaald doel.
administratie: hieronder wordt verstaan het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
publiek belang: wordt bepaald door de wetgeving of door de gemeenteraad: het gaat in dit verband over de taken die de gemeente gebaseerd op de wet moet uitvoeren of de (mate waarin) de gemeente derden wil ondersteunen;
starterslening: lening die (voor risico van de gemeente Best wordt verstrekt en als zodanig wordt opgenomen in de jaarstukken van de gemeente) ter overbrugging van het verschil van wat een starter op de woningmarkt kan lenen onder Nationale Hypotheek Garantie en de aankoopprijs van de woning.