Naar hoofdinhoud
1.. Het algemeen bestuur stelt vierjaarlijks, bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode, een meerjarenbeleidsplan vast waarin de financiële en inhoudelijke vooruitzichten worden uiteengezet. Het stelt voorafgaand aan die vaststelling de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid hun zienswijze op het beleidsplan in te dienen. De jaarlijkse begroting dient te passen binnen deze kaders. 2.. Het in het vorige lid genoemde meerjarenbeleidsplan is samen met de jaarrekening de basis om de resultaten van de gemeenschappelijke regeling over een periode van vier jaar te evalueren. 3.. Jaarlijks vóór 1 februari zendt het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Afwijken van deze richtlijnen kan alleen als het algemeen bestuur hiertoe besluit. Daarnaast bevat de kaderbrief de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid. 4. . Jaarlijks uiterlijk 15 april zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen. 5. . Als de raming van de door elke gemeente verschuldigde bijdrage(n) is gebaseerd op het aantal inwoners, is dit het aantal inwoners per 1 januari van het jaar vóór het kalenderjaar conform de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 6. . De zienswijzen van de raden dienen uiterlijk 1 juli door de gemeenschappelijke regeling te zijn ontvangen. Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals hij deze aanbiedt aan het algemeen bestuur. Daarna stelt het algemeen bestuur de begroting vast.

Rechtspraak bij dit artikel