Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

De uitkering voor activiteiten

Onderdeel van Verordening minimaregelingen 2015 gemeente Midden-Drenthe

1.. De uitkering voor activiteiten beoogt het verlagen, dan wel wegnemen van financiële drempels voor minima om deel te nemen aan sportieve, dan wel sociaal-culturele of educatieve activiteiten. 2.. De uitkering is bestemd voor kosten van deelname aan of lidmaatschap van (sport)verenigingen in verband met de in het eerste lid van dit artikel genoemde activiteiten, waaronder inbegrepen de kosten van benodigdheden waardoor deelname aan deze activiteiten mogelijk wordt. 3.. De uitkering mag ook ingezet worden voor de kosten van kinderopvang, peuterspeelzalen, schoolreisjes of werkweken van school. 4.. Indien activiteiten buitenshuis voor een chronische zieke niet of nauwelijks mogelijk zijn, dan mag de uitkering ook ingezet worden voor de kosten van internet, telefonie, kranten of tijdschriften. 5.. Het recht op deze uitkering ontstaat als een huishouden minimaal drie maanden aaneengesloten voldoet aan de criteria voor de doelgroep als genoemd in artikel 3, lid 1. 6.. De uitkering wordt zonder specificatie vooraf, eens per kalenderjaar en in één termijn verstrekt in de vorm van een geldbedrag per huishouden. 7.. Thuiswonende kinderen tellen mee als gezinslid, doch hebben geen zelfstandig recht op deze uitkering, ongeacht hun leeftijd, burgerlijke staat of de hoogte van hun inkomen. 8.. De uitkering mag uitsluitend worden ingezet voor kosten die gemaakt worden binnen het betreffende kalenderjaar en tot een jaar na toekenning van de aanvraag. 9.. Het huishouden heeft de vrijheid om het totale gezinsbedrag te verdelen over de leden van het gezin, zoals het haar goeddunkt, ook als dit betekent dat het geld niet gelijkelijk over alle gezinsleden verdeeld wordt. 10.. Het college verbindt aan de uitkering de verplichting om bij te houden waar men het geld aan uitgeeft en om de bewijsstukken van de gemaakte kosten te bewaren tot een jaar na afloop van het jaar waar de uitkering betrekking op heeft, waardoor steekproefsgewijze controle achteraf mogelijk wordt. 11.. De hoogte van de uitkering bedraagt in 2014 € 157,10 per thuiswonend gezinslid, per jaar, indien het gezinsinkomen gelijk is aan of minder is dan 120% van de van toepassing zijnde inkomensnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel