Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 14.

Benoeming en vervanging (adjunct-)afdelingsmanager

Onderdeel van Verordening op de ambtelijke organisatie gemeente Neder-Betuwe 2015

1.. Elke afdeling staat onder leiding van een afdelingsmanager. De afdelingsmanager is verantwoording verschuldigd aan de directie. 2.. De afdelingsmanagers worden door het college in algemene dienst benoemd en bij een bepaalde afdeling tewerkgesteld. Het college beslist over de inhuur van interim-afdelingsmanagers. 3.. Bij de selectie van een afdelingsmanager worden de directie, een delegatie van de zittende afdelingsmanagers, de adjunct-afdelingsmanager van de betreffende afdeling en een delegatie van de medewerkers van de betreffende afdeling betrokken. 4.. De adjunct-afdelingsmanagers worden door het college in algemene dienst benoemd en bij een bepaalde afdeling tewerkgesteld. Het college beslist over de inhuur van interim-adjunct-afdelingsmanagers. 5.. Bij de selectie van een adjunct-afdelingsmanager worden de directie, de afdelingsmanager van de betreffende afdeling en een delegatie van de medewerkers van de betreffende afdeling betrokken. 6.. Binnen het managementteam wordt de onderlinge vervanging bij afwezigheid van de afdelingsmanager horizontaal geregeld. In overleg tussen de directie, de afdelingsmanager en de adjunct-afdelingsmanager van de betreffende afdeling kan ook de adjunct-afdelingsmanager van de betreffende afdeling (een deel van) de vervanging op zich nemen. Bij langdurige afwezigheid van de afdelingsmanager treft de directie een voorziening, daarbij indachtig lid 2. 7.. In onderling overleg van het managementteam en de adjunct-afdelingsmanagers wordt de vervanging bij afwezigheid van de adjunct-afdelingsmanager geregeld. Bij langdurige afwezigheid van de adjunct-afdelingsmanager treft de directie een voorziening, daarbij indachtig lid 4.

Rechtspraak bij dit artikel