Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.

Op te leggen verplichtingen aan onderhoudsgerechtigden

Onderdeel van Beleidsregel Verhaal Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010

1.. Wanneer er sprake is van een onderhoudsplicht betreffende een uitkeringsgerechtigde en/of zijn kind(eren), dan wordt bij de aanvang van het verlenen van bijstand of inkomensvoorziening bekeken of er een alimentatiebeschikking voorhanden is. Wanneer dit niet het geval is dan wordt de uitkeringsgerechtigde verplicht, dan wel verzocht een verzoek tot vaststelling van alimentatie in te dienen bij de daarvoor aangewezen rechterlijke instantie, mits dit verzoek kan worden gecombineerd met de procedure die wordt ingezet tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. In het verzoek dient te worden opgenomen dat de alimentatie dient te worden vastgesteld op grond van een draagkrachtberekening. Gedurende de periode waarin het betreffende verzoek niet wordt geëffectueerd, wordt er geen korting toegepast op de uitkering wegens recht op een onderhoudsbijdrage. 2.. Wordt een door een rechterlijke instantie vastgestelde alimentatieverplichting, op grond van draagkracht, niet of niet volledig nagekomen dan wordt de uitkeringsgerechtigde verplicht, of krijgt hij het verzoek de opgelegde alimentatieverplichting te gelde te maken door middel van inschakeling van het Landelijk bureau inning onderhoudsbijdragen (LBIO). Gedurende de periode waarin de vastgestelde alimentatieverplichting niet of niet volledig wordt nagekomen wordt bij de berekening van de uitkering slechts rekening gehouden met de feitelijk ontvangen alimentatie. 3.. Op grond van dringende redenen kan worden afgezien van het opleggen van een verplichting tot indienen van een alimentatieverzoek of de verplichting tot het inschakelen van het LBIO. 4.. Buiten de gevallen van lid 1 tot en met 3 wordt in beginsel verhaald op de onderhoudsplichtige.

Rechtspraak bij dit artikel