Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Voorwaarden voor een pgb

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp Gemeente Breda 2015

1.. In de Jeugdwet 1 Jeugdwet, art. 8.1.1 lid 2 worden drie voorwaarden gesteld waar personen aan moeten voldoen, willen zij aanspraak kunnen maken op een pgb. Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien (zie ook bijlage I): Bekwaamheid van de aanvrager. De aanvrager is naar het oordeel van de gemeente op eigen kracht voldoende in staat te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, door hem niet passend wordt geacht; naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, die tot de individuele voorziening behoren en die de cliënt van het budget wil betrekken, van goede kwaliteit (veilig, doeltreffend en cliëntgericht) zijn. 2.. Het besluit om wel of geen pgb af te geven wordt genomen door de gemeente. Ook voor de jeugdhulp, waarnaar door een niet-gemeentelijke verwijzer2 Naast de gemeente zijn ook huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten en gecertificeerde instellingen (GI’s) op grond van de Jeugdwet bevoegd om een individuele voorziening voor jeugdhulp in te zetten is verwezen, kan gekozen worden voor inzet in de vorm van een pgb. De niet-gemeentelijk verwijzer neemt alleen niet zélf een besluit over de toekenning van een pgb, dat doet de gemeente. De aanvraag voor een pgb wordt dan door de niet- gemeentelijke verwijzers overgedragen aan het CJG, voorzien van reeds ingewonnen informatie en een advies inzake de aan-of afwezigheid van overwegende bezwaren. 3.. Als de gemeente weigert ondersteuning in de vorm van een pgb te verstrekken, dan is dat een besluit waartegen een pgb aanvrager in bezwaar kan gaan. 4.. Volgens de Jeugdwet mag het college een pgb alleen weigeren voor dat deel dat het budget hoger is dan zorg in natura voor een vergelijkbare hulpvraag (artikel 8.1.1, lid 4, sub b van de Jeugdwet). 5.. Een pgb kan voorts niet worden verstrekt voor de volgende zorg- en ondersteuningsvormen: spoedeisende jeugdzorg de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering de uitvoering van jeugdhulp in een gesloten accommodatie met een machtiging. Pleegzorg. Voor Pleegzorg is in de Jeugdwet opgenomen dat pleegzorg uitsluitend via een pleegzorgaanbieder loopt. Voor pleegzorg geldt dat voor de pleegouders een pleegzorgvergoeding van toepassing is. 6.. Ingevolge artikel 8.1.4 van de Jeugdwet en artikel 11 van de Verordening, kan het college een pgb herzien, dan wel intrekken indien het college vast stelt dat: de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen, de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten, de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van het pgb, of de jeugdige of zijn ouders het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel