Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 6

Hoogte van het Pgb

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Kampen 2015

De hoogte van een Pgb voor het inschakelen van een formele hulp bedraagt maximaal 100% van de kostprijs van de goedkoopst vergelijkbare (individuele) (maatwerk)voorziening in natura. De kostprijs is gebaseerd op de gemeentelijke inkooptarieven. Eventuele meerkosten worden door de belanghebbende zelf betaald. Een belanghebbende kan hulpverlening, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere voorzieningen onder voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. De hoogte van een Pgb voor het inschakelen van een informele hulp geldt voor: informele hulpen van 23 jaar en ouder. Voor hen geldt een maximum van € 20,- per uur gedurende maximaal 40 uur per week of € 20,- per dagdeel voor dagbesteding; informele hulpen jonger dan 23 jaar. Voor hen geldt maximaal het wettelijk minimumloon; deeltijd verblijf/ logeeropvang. Voor hen geldt een tarief van € 30,- euro per etmaal. In uitzonderlijke situaties kan dit standaardtarief worden opgehoogd tot maximaal € 100,- per etmaal afhankelijk van de zwaarte van de hulpvraag. Informele hulpen die partner of eerste of tweede graadsfamilielid zijn en die een uitkering of pensioen ontvangen, ontvangen geen inkomen uit het Pgb voor de geleverde hulp, tenzij als gevolg van de hoogte van het inkomen uit het Pgb de uitkering op grond van de Participatiewet kan worden verlaagd of stopgezet. De maximale hoogte van een Pgb voor maatwerkvoorzieningen, niet zijnde hulpverlening, wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening die het college in natura zou verstrekken, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting, plus een bedrag voor WA-verzekering als deze verplicht is en vermeerderd met een bedrag voor instandhoudingskosten gedurende de afschrijvingtermijn. De hoogte van het Pgb voor beschermd wonen wordt bepaald op basis van de tabel zoals opgenomen in bijlage 2 van dit besluit. Als de belanghebbende een met het Pgb aangeschafte voorziening binnen de afschrijvingstermijn niet meer gebruikt omdat deze niet meer adequaat is (onder andere ten gevolge van gewijzigde medische omstandigheden) en een nieuw Pgb wordt toegekend: wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een nieuw toe te kennen Pgb; wordt bij een eventueel nieuw toe te kennen Pgb het Pgb voor instandhoudingkosten voor de nog niet verstreken termijn verrekend met de nieuw toe te kennen instandhoudingkosten. Als de belanghebbende een met het Pgb aangeschafte voorziening binnen de afschrijvingstermijn niet meer gebruikt omdat deze niet meer adequaat is (onder andere ten gevolge van gewijzigde medische omstandigheden) en geen nieuw Pgb wordt toegekend wordt de voorziening ingenomen als deze naar het oordeel van het college aan anderen verstrekt kan worden; eventuele kosten voor zelf bekostigde opties, accessoires en aanpassingen worden in principe niet aan de cliënt vergoed; De hoogte van een Pgb voor de maatwerkvoorziening woningaanpassing (inclusief onderhoudskosten) wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de standaardprijslijst verkorte procedure woningaanpassingen. Als de standaardprijslijst niet van toepassing is, wordt het Pgb als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte, vastgesteld. Er bestaat de verplichting om minimaal 2 offertes te vragen. In afwijking van het vierde en vijfde lid bedraagt het uurtarief voor belanghebbenden die in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden in de vorm van een Pgb: hulp bij het huishouden 1 (HH-1): € 16,65; hulp bij het huishouden 2 (HH-2): € 17,25.

Rechtspraak bij dit artikel