**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet investeren in jongeren;
gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28 van de wet voor zover beide echtgenoten zich in de leeftijdscategorie van 21 tot 27 jaar bevinden;
inkomensvoorzieningsnorm: de op grond van de artikelen 26 tot en met 29 van de wet op de jongere van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond de artikelen 30 tot en met 34 van de wet door het college vastgestelde verhoging of verlaging;
norm: de normen als bedoeld in de artikelen 26 tot en met 29 van de wet;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal;
woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand;
woonlasten:
indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs verminderd met de eventuele huurtoeslag, vermeerderd met verzekeringen en belastingen direct verbonden aan de woning, zoals rioolafvoerrecht en afvalstoffenheffing en vermeerderd met het vastrecht voor water en energie;
indien een eigen woning wordt bewoond, de eventuele hypotheekrente alsmede de aan de woning verbonden zakelijke belastingen, zoals onroerende zaakbelasting, alsmede de brandverzekering, opstalverzekering, waterschapslasten en gemeentelijke heffingen, zoals rioolafvoerrecht en afvalstoffenheffing, vermeerderd met het vastrecht voor water en energie;
hulpbehoevende: degene die is aangewezen op verzorging ter voorkoming van opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis;
kostgeld: de (maandelijks) verschuldigde som voor kost en inwoning.
**2..** Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren