**1..** De voorziening moet gericht zijn op de arbeidsinschakeling en
bijdragen aan het (op termijn) mogelijk maken van reguliere
arbeid.
**2..** Het college stelt in het plan van aanpak, na overleg met de
belanghebbende, vast welke voorziening wordt aangeboden aan een
persoon uit de doelgroep.
**3..** Het college bepaalt de voorwaarden waaronder de voorziening wordt
aangeboden waaronder een budgetplafond of een bijdrage door de
persoon uit de doelgroep.
**4..** Het college kan een voorziening beëindigen als:
de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet,
de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de
artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet
nakomt;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer
behoort tot de doelgroep;
de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen
geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt
gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening,
tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7,
eerste lid, onderdeel a onder 2,van de wet;
naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
de voorziening naar het oordeel van het college niet meer
geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de
voorziening;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar
behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer
voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden
gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
Hoofdstuk 3
Artikel 3
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Ommen 2015