De Verordening Leerlingenvervoer geeft criteria om voor een vergoeding van het aangepast vervoer in aanmerking te komen. Eén van de criteria is, dat een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer wordt verstrekt, indien door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. Onder ernstige benadeling van het gezin verstaan wij onder meer één van de volgende situaties:
een éénoudergezin met nog een kind jonger dan 10 jaar, dat nog niet zelfstandig naar school kan gaan, waarbij de ouder werkt of een opleiding volgt, die moet leiden tot het vinden van werk en aanpassing van de werk- of lestijden het onmogelijk maken het kind te begeleiden.
Dit moet aangetoond worden (door middel van een verklaring) net als het feit dat anderen hierbij niet behulpzaam kunnen zijn.
een éénoudergezin met een kind, dat door een medische aandoening extra zorg van de ouder(s) nodig heeft. Anderen kunnen hierbij niet behulpzaam zijn. Dit dient door een medische deskundige te worden vastgesteld. De ouder(s) dienen hiervoor een medische verklaring te leveren en indien nodig kan de gemeente een onafhankelijk medisch advies opvragen;
door een medisch of sociaal-medisch deskundige is vastgesteld dat er medische redenen zijn die (één van de) ouders belemmeren het kind te begeleiden en anderen hierbij niet behulpzaam kunnen zijn;
Naast bovenstaande voorbeelden om in aanmerking te kunnen komen voor het aangepaste vervoer, kan per situatie bekeken worden, wat in redelijkheid van de ouder(s) kan worden verwacht
Artikel 3
Aangepast vervoer (artikel 12 en 19)
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer Peel en Maas