Naar hoofdinhoud

Afdeling VI.

Artikel 17

overgangsbepaling

Onderdeel van Parkeerverordening 1999

1 Parkeervergunningen verleend krachtens de Parkeerverordening 1997 blijven, indien deze vergunning niet eerder is vervallen of ingetrokken, nog tot 1 januari 1999 van kracht. 2 Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag voor een parkeervergunning is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, worden daarop de overeenkomstige bepalingen van de onderhavige verordening toegepast. 3 In afwijking van het in het eerste lid bepaalde blijft een parkeervergunning van kracht totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste, vergunning indien deze aanvraag ten minste zestig dagen voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegd orgaan is ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel