1 Het college van burgemeester en wethouders kan op een daartoe strekkend
verzoek een
vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen.
2 Een vergunning kan worden verleend aan:
a de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze woont in een
gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn (per adres wordt niet meer
dan één vergunning verleend);
b de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of
bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn
en aantoont dat het in belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening
noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (per bedrijf
wordt er niet meer dan één vergunning verleend).
c de eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate op een
autodateplaats.
3 Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen ook
een vergunning verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen
(voertuigen) die niet voldoen aan één van de in het
tweede lid genoemde voorwaarden (zie hiervoor de aparte en aanvullende
uitgiftecriteria per weggedeelten).
4 Het college van burgemeester en wethouders kan per openbaar bekend gemaakt
besluit voor weggedeelten aparte en aanvullende uitgiftecriteria en
voorwaarden vaststellen.
5 Aan de vergunning kunnen beperkingen worden verbonden zowel met betrekking
tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen
waarop de vergunning van kracht is.
6 Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning ook
andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een
goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.