1 Een vergunning is maximaal één jaar geldig waarbij de vervaldatum is
vastgesteld op 1 januari van het volgend jaar.
2 Indien de vergunning wordt aangevraagd tussen 1 december en 1 januari
wordt van het gestelde in lid 1 afgeweken. In dit geval wordt een vergunning
verstrekt met een geldigheid tot en met 31 december van het volgend
jaar.
3 De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a de periode waarvoor de vergunning geldt;
b het gebied waarvoor de vergunning geldt;
c het tijdstip waarop de vergunning geldig is;
d het soort vergunning (bewoner/zakelijk/tijdelijk);
e het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend, dan
wel bij het ontbreken van een kenteken een andere aanduiding;
f het registratienummer van de aanvrager.
4 Aan een vergunning worden de volgende voorschriften verbonden:
a de vergunning is uitsluitend geldig voor het parkeren van een
motorvoertuig waarvan het kenteken, respectievelijk een andere aanduiding,
aan de voorzijde van de vergunning. is vermeld;
b de vergunning is uitsluitend geldig voor het parkeren van een
motorvoertuig in het gebied dat aan de voorzijde van de vergunning is
vermeld;
c de vergunning is uitsluitend geldig in de periode die aan de voorzijde van
de vergunning is vermeld;
d de vergunning is uitsluitend geldig op de tijdstippen welke aan de
voorzijde van de vergunning zijn vermeld;
e de vergunning moet tijdens het parkeren in de linkerbenedenhoek achter de
achterruit
zijn aangebracht. Dit dient zodanig te gebeuren dat de voorzijde van de
vergunning
duidelijk vanaf de buitenkant van het motorvoertuig is te lezen;
f de vergunning mag niet eigenmachtig worden aangevuld, veranderd of
gekopieerd;
g het is de vergunninghouder riet toegestaan om zijn vergunningbewijs, al
dan niet tegen betaling, aan derden beschikbaar te stellen;
h ingeval één of meer van de hierboven vermelde voorschriften niet worden
nageleefd,
wordt er zonder vergunning geparkeerd.