Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3

reikwijdte van het mandaat

Onderdeel van Mandaatbesluit

1.. Mandaat voor de uitoefening van een bepaalde bevoegdheid houdt in om: zowel begunstigend als afwijzend te besluiten; om aan het besluit voorschriften en termijnen te verbinden; om het besluit voor te bereiden; om het besluit in te trekken, inbegrepen intrekking als sanctie. 2.. Het bepaalde in het eerste lid onder a geldt niet voor het portefeuillehoudersmandaat. Dit kan slechts uitgeoefend worden als in overeenstemming met het ambtelijk advies besloten wordt. Wenst de portefeuillehouder contrair te besluiten, wordt het mandaatvoorstel geagendeerd voor de eerstvolgende collegevergadering. 3.. Mandaat geldt niet voor besluiten die: in strijd zijn met beleid; die een algemeen verbindend voorschrift inhouden; die een beleidsregel of een uitwerkingsregel inhouden tenzij in de schema’s A, B en C uitdrukkelijk anders is vermeld waarvoor geen dekking in de begroting is voorzien; waarop het protocol actieve informatieplicht van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel