Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 6

procedurevoorschriften algemeen

Onderdeel van Mandaatbesluit

1.. Een brief wordt altijd door of namens een bestuursorgaan (college of burgemeester) ondertekend. 2.. Uit deze ondertekening moet altijd blijken: welk bestuursorgaan het besluit genomen heeft (dat geldt ook voor mandaatbesluiten); wie ondertekent. 3.. Op elke brief moet de feitelijke verzenddatum worden vermeld. 4.. Voor “papieren brieven” geldt dat daarvan na ondertekening en datering een kopie wordt gemaakt. Deze kopie wordt in het dossier gevoegd en gearchiveerd. 5.. Bij elektronische archivering van “papieren brieven” geldt dat, aanvullend op het bepaalde in het vorige lid, de kopie wordt gescand. 6.. In geval van elektronisch bestuurlijk verkeer worden de daarvoor geldende regels toegepast, onverkort het bepaalde in de leden 1 t/m 4. 7.. Voor elektronisch ondertekenen van brieven geldt dat het plaatsen van een digitale handtekening mogelijk is binnen de door het college nader te stellen regels.

Rechtspraak bij dit artikel