Binnenhavengeld wordt niet geheven ter zake van:
1. het gebruik van de haven waarvoor zeehavengeld of havengeld van de gemeentelijke jachthaven worden geheven;
2. het gebruik van de haven met een vaartuig, uitsluitend voor het in de haven dokken, het op of aan een scheepsreparatie-inrichting herstellen, het voor de eerste keer vaarklaar maken, het slopen, het wisselen van bemanning, het stellen van kompassen, het ontschepen van zieken of doden, mits:
het gebruik niet langer duurt dan voor een en ander noodzakelijk is en de termijn van 1 week niet te boven gaat;
van het voornemen en onmiddellijk na afloop van de handelingen of werkzaamheden vooraf schriftelijk aan het college van burgemeester en wethouders wordt kennis gegeven;
de laatste kennisgeving dient vergezeld te gaan van een door de beheerder van de betrokken scheepsreparatie-inrichting afgegeven schriftelijke verklaring die de inhoud van de kennisgeving bevestigt.
3. het door ijs of ijsgang niet kunnen verlaten van de haven aan het einde van de afgesproken termijn.
Artikel 9
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van binnenhavengeld 2016