In dit artikel is het presentiegeld voor leden van gemeentelijke commissies die zijn ingesteld op basis van artikel 82 t/m 84 Gemeentewet geregeld. Deze bepaling geldt niet voor raadsleden en wethouders die in de commissie zitten (deze uitzondering wordt gemaakt in artikel 96 Gemeentewet). Uitgezonderd zijn verder onder meer ambtenaren (op grond van artikel 1 rechtspositiebesluit raads- en commissieleden), en medewerkers en bestuurders van door de gesubsidieerde organisaties die in die hoedanigheid in de commissie zitting hebben.
De hoogte van het presentiegeld wordt bepaald op een vast bedrag per inwonersklasse overeenkomstig het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties indexeert jaarlijks per 1 januari het bedrag zoals dat is herzien aan de hand van het indexcijfer Cao lonen overheid. Voor “… een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken” (art 15a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden) kan een hogere vergoeding door de raad worden vastgesteld. Dit is van toepassing op de voorzitter van de Rekenkamercommissie Sliedrecht. Zijn vergoeding is eerder bepaald op € 5.000 per jaar, maar dit was niet eenduidig vastgelegd. Met het vierde lid van artikel 3 is deze omissie gecorrigeerd.
Hoofdstuk
Artikel 3
Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Sliedrecht 2015