Het college kan overgaan tot het vorderen van een gedeelte
van een voor een school bestemd gebouw of terrein als:
door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan
worden voorzien van een school waarbij
overeenkomstig bijlage III, deel C, een aanvullende
ruimtebehoefte is vastgesteld en het bevoegd gezag
van die school een aanvraag als bedoeld in de
artikelen 5 of 16 heeft ingediend;
leegstand is vastgesteld in een lesgebouw van een
school;
leegstand is vastgesteld in een lokaal
bewegingsonderwijs van een school.
Indien het college voornemens is om over te gaan tot
vordering, als bedoeld in het eerste lid, voeren zij
daarover overleg met het bevoegd gezag waarvan de leegstand
wordt gevorderd, alsmede met het bevoegd gezag waarvoor de
voorziening is bestemd.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 20.
Aanduiden omstandigheden
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs