Voordat het college overgaat tot vorderen overlegt het
college met het bevoegd gezag.
In het overleg komt in ieder geval aan de orde:
voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
wordt;
of die activiteit of activiteiten zich verdragen met
het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
school;
of maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat
het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school
hinder van het medegebruik ondervindt;
wat naar oordeel van het college en het bevoegd
gezag een redelijke vergoeding voor het medegebruik
is;
de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs
aanvang kan nemen.
Binnen 4 weken na het overleg deelt het college het bevoegd
gezag waarvan medegebruik gevorderd wordt schriftelijk mede
dat gevorderd wordt. Als het overleg heeft geleid tot
afspraken, worden ook deze opgenomen in de schriftelijke
mededeling. Als het overleg niet tot volledige
overeenstemming heeft geleid, dan bevat de mededeling de
beslissing van het college over de punten waarover geen
overeenstemming was bereikt. Indien het bevoegd gezag in het
overleg te kennen geeft geen bezwaar te hebben tegen de
vordering, kan van de schriftelijke mededeling als hier
bedoeld worden afgezien.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 4.2
Artikel 23.
Overleg en mededeling
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs