Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs of een
school voor (voortgezet) speciaal onderwijs verstrekt jaarlijks
voor 1 mei voorafgaande aan het volgende schooljaar een opgave
van de voor dat schooljaar voor de school gewenste
onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de
volgende gegevens:
het verwachte aantal groepen 6-12 jarigen;
de aanduiding van de gymnastiekruimte of –ruimten waarin
het gebruik wordt gewenst;
de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
schoolweek wordt gewenst.
Het gewenste onderwijsgebruik wordt afgezet tegen de beschikbare
capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van
een capaciteit van 26 klokuren per week per
gymnastiekruimte.
Bij inroostering wordt het volgende in acht genomen:
de afstanden in relatie tot de omvang van het
onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals
opgenomen in bijlage I, deel B;
het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in
standgehouden school dat eigenaar is van een
gymnastiekruimte wordt voor de desbetreffende school het
eerste ingeroosterd voor die gymnastiekruimte;
het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel
mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.
Het bevoegd gezag kan verzoeken meer klokuren in te roosteren
dan het aantal klokuren dat door het college is
vastgesteld.
Het verzoek als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend in
behandeling genomen als daarvoor nog capaciteit beschikbaar is.
Het aantal klokuren dat extra wordt ingeroosterd komt voor
rekening van het bevoegd gezag van de school.
HOOFDSTUK 6
Artikel 26.
Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit, inroosteren en gebruik
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs