Voordat het college het programma en het overzicht
vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg
in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen
inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.
De bevoegde gezagsorganen worden ten minste 2 weken voor de
door het college vastgestelde datum schriftelijk in kennis
gesteld van het tijdstip van het overleg en de voorgenomen
inhoud van het voorstel.
De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
kunnen voor het overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan
het overleg van deze zienswijzen in kennis.
Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen. De
overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de
reactie van het college hierop worden opgenomen in het
verslag. Het verslag wordt na het overleg toegezonden aan
alle bevoegde gezagsorganen.
Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad
verzoeken een advies uit te brengen over het
conceptprogramma. Het verzoek bevat een schriftelijk
gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover advies
wordt verwacht. Het advies dient betrekking te hebben op de
relatie tussen de voorgenomen inhoud van het programma en de
vrijheid van richting en inrichting. Het verzoek en de
daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden opgenomen
in het verslag, bedoeld in het vierde lid.
Het college is belast met het indienen van een verzoek om
advies bij de Onderwijsraad. Het college zorgt ervoor dat de
Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het
beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld
in het vierde lid.
Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte
advies wordt zo spoedig mogelijk door het college
toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Als het advies
zou leiden tot één of meer inhoudelijke bijstellingen van de
voorgenomen inhoud van het programma worden de bevoegde
gezagsorganen door het college bij het toezenden van het
afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader overleg.
In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader
bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad
noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij het toezenden
van het afschrift van het advies.
Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats
binnen2 weken nadat het advies van de Onderwijsraad
aan de bevoegde gezagsorganen is gezonden. Het college maakt
van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het
verslag, bedoeld in het vierde lid.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 9.
Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs