Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Eisen ten aanzien van berekeningen

Onderdeel van Bouwverordening gemeente Oisterwijk 2015

(vervallen) Bijlage 2 Gegevens en bescheiden aanvraag gebruiksvergunning Bijlage behorende bij artikel 6.1.2 (vervallen) Bijlage 3 Gebruikseisen voor bouwwerken (vervallen) Bijlage 4 Gebruikseisen voor bouwwerken met uitzondering van de niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties (vervallen) Bijlage 5 Bijlage 5 Opslag brandgevaarlijke stoffen Bijlage behorend bij artikel 6.2.2 (vervallen) Bijlage 6 (vervallen) Bijlage 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinen Bijlage als bedoeld in artikel 2.7.6 (vervallen) Bijlage 8 (vervallen) Bijlage 9 Reglement van orde van de commissie van advies (welstand) Inhoud 1. Taakomschrijving commissie Wettelijk verplichte taken Selectie commissieleden 2. Samenstelling commissie De commissie Ontslag 3. Vergaderingen Frequentie van vergaderen en werkwijze Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting Externe deskundigen 4. Besluitvorming 4.1.Vorm waarin het advies wordt uitgebracht 5. Afwijking van het welstandsadvies, afwijken van de criteria Afwijken van het advies op inhoudelijke grond/second opinion Afwijken van het advies om andere redenen Afwijken van de criteria 6. Verantwoording Jaarlijkse verantwoording Verslag college aan de raad 7. Onvoorziene gevallen 8. Toezicht 1. Taakomschrijving commissie 1.1. Wettelijk verplichte taken De commissie van advies is een welstandscommissie als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet juncto artikel 6.2 van het Besluit omgevingsrecht (BOR) en brengt op basis hiervan advies uit aan het college ten aanzien van de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, waarvoor een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria die hiervoor zijn opgenomen in de welstandsnota. De commissie legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden. Aanvragen om omgevingsvergunning worden in de regel binnen twee weken na behandeling van een welstandsadvies voorzien. 1.2. Selectie commissieleden 1.2.1.De leden van de commissie worden geselecteerd op de noodzakelijk geachte deskundigheid en zijn onafhankelijk. 2. Samenstelling commissie 2.1 De commissie 2.1.1 De commissie kan bestaan uit (een lid van) de monumentencommissie, een stedenbouwkundig supervisor en/of uit een projectgebonden supervisieteam. 2.1.2 De leden van de commissie mogen geen deel uitmaken van en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van één van de bestuursorganen van de gemeente Oisterwijk. 2.1.3 In de commissie kan een ingezetene van buiten de gemeente Oisterwijk zitting hebben. 2.1.4 De commissie kan worden bijgestaan door een door het college aan te wijzen secretaris die geen stemrecht heeft. 2.2 Ontslag 2.2.2 Het college ontslaat de leden van de commissie: bij disfunctioneren; op hun verzoek. Het verzoek moet schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders; wanneer zij door ziekten of gebreken blijvend ongeschikt zijn de functie te vervullen; bij aanvaarding van een ambt of betrekking dat onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie welstand en monumenten; wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld, dan wel door uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld, dan wel bij uitspraak een maatregel is opgelegd, die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; wanneer zij bij rechterlijke uitspraak onder curatele zijn gesteld, in staat van faillissement zijn verklaard, surseance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld. 2.2.3 Voor leden die tussentijds aftreden worden plaatsvervangers benoemd tot het moment waarop het college over hun aanstelling heeft beslist. 2.2.4 Het ontslag van een lid van de commissie op eigen verzoek gaat een maand na ontvangst van het schriftelijk verzoek aan het college in of zoveel eerder als een opvolger is benoemd. 3. Vergaderingen 3.1. Frequentie van vergaderen en werkwijze De frequentie van vergaderen is afhankelijk van (de omvang van) het project waarvoor de betreffende commissie is samengesteld en het aantal (te verwachten) aanvragen om omgevingsvergunning. De welstandsprocedure begint met een selectie van aanvragen om omgevings-vergunning. Team Vergunningen toetst een bouwplan eerst aan de voorschriften van het bestemmingsplan en de bouwverordening. Ten behoeve van de welstandstoets beoordeelt de ambtenaar of het bouwplan is voorzien van de benodigde bescheiden om het te kunnen toetsen. Welke gegevens nodig zijn, is vastgelegd in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). 3.1.3 De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De voorzitter kan besluiten om vooraf aan de openbare vergadering zaken voor te bespreken achter gesloten deuren. 3.1.4 De voorzitter kan besluiten achter gesloten deuren te vergaderen wanneer hier zwaarwichtige redenen aan ten grondslag liggen. Een besluit hiertoe dient, voorafgaande aan de behandeling van het desbetreffende agendapunt, door de meerderheid van het aantal aanwezige leden te worden genomen. Het college is te allen tijde gerechtigd de besloten vergaderingen als toehoorder bij te wonen. 3.1.5 De voorzitter kan omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken, die aan de commissie welstand en monumenten worden overgelegd, geheimhouding opleggen (artikel 86 Gemeentewet). Geheimhouding wordt zowel door de leden, die bij de behandeling aanwezig waren, als eventueel tot de vergadering toegelaten personen, in acht genomen tot de voorzitter de geheimhouding opheft. 3.1.6 De besluiten die het college van burgemeester en wethouders naar aanleiding van de adviezen van de commissie welstand en monumenten neemt worden zo spoedig mogelijk aan de commissie medegedeeld. 3.2. Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting De vergaderingen van de commissie welstand en monumenten zijn openbaar. Indien het college - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doet tot niet-openbare behandeling, dan dient het college daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning heeft verzocht, wordt deze door of namens de commissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. De aanvrager van de omgevingsvergunning dient hiervoor een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. Belanghebbenden hebben geen spreekrecht, tenzij door het college in een bijzonder geval aan die belanghebbenden in toelichtende zin spreekrecht is toegekend. 3.3 Externe deskundigen 3.3.1.De voorzitter is bevoegd, uit eigen beweging of daartoe uitgenodigd door de commissie, ambtenaren, adviseurs en/of deskundigen te horen en/of in te schakelen, echter onder de voorwaarde dat toestemming van het college nodig is indien hieraan kosten voor de gemeente zijn verbonden. 4. Besluitvorming 4.1. Vorm waarin het advies wordt uitgebracht De commissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk. Met betrekking tot aanvragen om omgevingsvergunning brengt de commissie heldere en goed beargumenteerde adviezen uit aan het college, over de vraag of ‘het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand” (art. 12, lid 1 van de Woningwet). Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria die daartoe door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Een welstandsadvies kan de volgende conclusies hebben: Voldoet De commissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Desgewenst motiveert de commissie haar advies schriftelijk. Voldoet mits (voldoet niet tenzij) De commissie is van oordeel dat het plan op onderdelen niet voldoet aan de toetsingscriteria, tenzij tegemoet gekomen wordt aan de geformuleerde bezwaren op die punten. De commissie omschrijft nauwkeurig welke onderdelen van het plan bezwaarlijk zijn. In het geval het college het advies overneemt, krijgt de aanvrager voor zover dit nog past binnen de beschikbare vergunningstermijn, de gelegenheid om de plannen te wijzigen en aan de bezwaarpunten tegemoet te komen. Het college kan ook besluiten om de voorwaarden van het welstandsadvies op te nemen in de omgevingsvergunning. Voldoet niet De commissie is van oordeel dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Een negatief standpunt houdt in dat indien het college het advies overneemt, het bouwplan ingrijpend zal moeten worden gewijzigd. Adviseert de commissie negatief dan geeft ze een nauwkeurige schriftelijke motivering. Deze omvat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten. Aanhouden De commissie kan het advies aanhouden - waarbij team Vergunningen aangeeft of en hoe lang dit mogelijk is binnen de resterende vergunningstermijn - wanneer meer informatie of een nadere toelichting van de opdrachtgever/ontwerper noodzakelijk is. 5. Afwijken van het welstandsadvies, afwijken van de criteria Het college volgt in het oordeel in principe het advies van de commissie. Daarop zijn de volgende uitzonderingsmogelijkheden: Afwijkingen van het beleid vragen om een bestuurlijk draagvlak. Wanneer de commissie voor een bepaald plan aanleiding ziet tot afwijken van het beleid, zal zij het college in haar advies daarover informeren. 5.1. Afwijken van het advies op inhoudelijke grond / second opinion Het college kan op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de commissie indien het college tot het oordeel komt dat de commissie de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd, of de commissie naar hun oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast. Indien het college bij een aanvraag om omgevingsvergunning op inhoudelijke grond tot een ander oordeel komt dan de commissie, vraagt het college voordat het besluit op de vergunningaanvraag wordt genomen, maar binnen de daarvoor geldige afhandelingtermijn, een second opinion aan bij een andere adviescommissie. Het advies van deze commissie speelt een zware rol bij de verdere oordeelsvorming van het college. Indien het advies van de reguliere commissie en de second opinion tegengesteld zijn en het college op inhoudelijke grond afwijkt van het advies van de reguliere commissie wordt dit in de beslissing op de aanvraag om omgevingsvergunning gemotiveerd. De reguliere commissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. 5.2. Afwijken van het advies om andere redenen Het college krijgt volgens artikel 2.10 lid 1 d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid om bij het in strijd zijn van een bouwplan met redelijke eisen van welstand, toch de omgevingsvergunning te verlenen indien het college van oordeel is dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag om omgevingsvergunning gemotiveerd. De commissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. Het college zal uiterst terughoudend zijn met het gebruik van deze mogelijkheid omdat de ruimtelijke kwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan economische of maatschappelijke belangen. 5.3. Afwijken van de criteria De commissie kan bij haar advisering afwijken van het welstandsbeleid. Dit kan gebeuren op basis van een gemotiveerd positief welstandsadvies bij plannen die weliswaar niet voldoen aan enige gebiedsgerichte of objectgerichte welstandscriteria maar wel aan redelijke eisen van welstand, dit te beoordelen aan de hand van de algemene welstandscriteria. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag om omgevingsvergunning eveneens gemotiveerd. 6. Verantwoording 6.1. Jaarlijkse verantwoording 6.1.1.De commissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin tenminste aan de orde komt: • op welke wijze toepassing is gegeven aan de criteria uit de welstandsnota; • de aard van de beoordeelde plannen en • het aantal uitgebrachte adviezen. De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. 6.2. Verslag college aan de raad 6.2.1.Het college legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor waarin zij uiteenzetten: • op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de commissie; • in welke gevallen waarin niet is of wordt voldaan aan artikel 12, eerste lid, zij zijn overgegaan tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom. 7. Onvoorziene gevallen In alle aangelegenheden betreffende de commissie waarin dit reglement niet voorziet, alsmede bij gerezen geschillen aangaande voornoemde commissie, beslist het college, de commissie gehoord. 8. Toezicht Het college is belast met het toezicht op het functioneren van de commissie. De commissie verstrekt alle door het college verlangde inlichtingen betreffende haar werkzaamheden. Bijlage 10 Tabel 2.6.1 behorende bij artikel 2.6.1 (brandmeldinstallaties) (vervallen) Bijlage 11 Tabel 2.6.5 behorende bij artikel 2.6.5 (ontruimingsintallatie) (vervallen) Bijlage 12 Tabel 2.6.8 behorende bij artikel 2.6.8 (vluchtrouteaanduiding) (vervallen) Bijlage 13 Kaart grens bebouwde kom

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel