**1..** De zittingsperiode van een commissielid en –voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
**2..** Een commissielid respectievelijk een voorzitter houden op lid respectievelijk voorzitter te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 4, derde lid gestelde eisen.
**3..** De raad kan een commissielid respectievelijk voorzitter ontslaan op voorstel van de fractie die de voordracht heeft gedaan.
**4..** Een commissielid respectievelijk een voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger benoemd is.
**5..** Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
**6..** Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden respectievelijk voorzitter, die op voordracht van die fractie zijn benoemd, van rechtswege.
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2014