1.De financiële bijdrage van gemeenten voor de bekostiging van de WMO
individuele voorzieningen (vervoersvoorzieningen, rolstoelen en
woonvoorzieningen), collectief vervoer de Drechthopper en de
Huishoudelijke Ondersteuning, worden overgedragen op basis van
voorcalculatie. De realisatiecijfers van het voorgaande boekjaar vormen
de basis voor de hoogte van de voorcalculatorische budgetoverdracht in
enig jaar. De afrekening zal plaatsvinden door middel van nacalculatie.
Voor de bekostiging van de taken die per 1 januari 2015 vanuit de AWBZ
overkomen naar de gemeenten, de maatwerkvoorzieningen Begeleiding en
Kortdurend Verblijf, Persoonlijke Verzorging en Inkomensondersteuning,
is in het Beleidsplan WMO en de Financiële notitie WMO de afspraak
gemaakt dat de eerste drie jaren, 2015 tot en met 2017, in financiële
solidariteit wordt uitgevoerd. De WMO middelen die de gemeenten hiervoor
ontvangen binnen de integratie-uitkering sociaal domein worden 1 op 1
overgedragen aan de SDD. Bij een tekort wordt naar rato van de ingelegde
middelen per gemeente het bij te betalen bedrag verdeeld over de
gemeenten.
2.De hoogte van de bijdrage van de deelnemer voor de uitvoering van
taken als bedoeld in artikel, tweede lid, onder a van de regeling
(Participatiewet) is gelijk aan de hoogte van het door het Rijk
toegekende integratie-uitkering sociaal domein, onderdeel gebundeld
Participatiebudget (re-integratiebudget en middelen Wsw).
In basis zullen zich op dit programma-onderdeel geen tekorten voordoen
door budgetsturing.
Binnen het participatiebudget maken de middelen Wsw onderdeel uit van de
begroting van de GR Drechtwerk. Tekorten en overschotten worden met de
gemeenten verrekend via GR Drechtwerk.
Het onderdeel re-integratiebudget van het Participatiebudget zal de
eerste drie jaren, 2015 tot en met 2017, in financiële solidariteit
wordt uitgevoerd. Een tekort of overschot wordt naar rato van de
ingelegde middelen (gebundeld Participatiebudget) per gemeente
verrekend.
De hoogte van de bijdrage van de deelnemer voor de uitvoering
van taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder b, c en d
van de regeling (Inkomensondersteuning, WWB, IOAW, IOAZ, BBZ) is
gelijk aan de hoogte van het door het Rijk toegekende budget.
Tekorten en/ of overschotten op dit programmaonderdeel worden
in eerste instantie onttrokken of toegevoegd aan de hiervoor
bestemde reserve. Resterend tekorten en/ of overschotten worden
door de deelnemende gemeenten gezamenlijk gedragen c.q.
terugontvangen. De verdeling van een eventueel tekort of
overschot gebeurt op grond van de verdeelsleutel die gebaseerd
is op het vijfjaar voortschrijdend gemiddelde
bijstandsontvangers.
Verbijzondering op het onderdeel BBZ (Rijksverplichting);
Voor het specifieke onderdeel van de BBZ, zijnde declaratiedeel
BBZ, dragen de deelnemers bij op basis van voorschot aan de
declarabele uitgaven BBZ. De hoogte van de financiële bijdrage
wordt bepaald in de maandelijkse liquiditeitsbegroting. Een aan
het eind van een jaar wordt op basis van nacalculatie afgerekend
met gemeenten. Reserves/voorziening zijn hier niet van
toepasing.
De hoogte van de bijdrage van de deelnemer voor de uitvoering
van taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder f van de
regeling (Kinderopvang) is op basis van voor- en nacalculatie.
De realisatiecijfers van het voorgaande boekjaar vormen de basis
voor de hoogte van de voorcalculatorische budgetoverdracht in
enig jaar. Indexatie is hierop van toepassing. Na afloop van
enig begrotingsjaar vindt nacalculatie plaats per gemeente.
Kinderopvang voor klanten die re-integratie- of
inburgeringstrajecten volgen, worden gedekt uit het Gebundeld
Participatiebudget.
De hoogte van de bijdrage van de deelnemer voor de uitvoering
van taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder b van de
regeling (Minimabeleid) wordt vastgesteld op basis op grond van
de verdeelsleutel die gebaseerd is op het vijfjaar
voortschrijdend gemiddelde bijstandsontvangers. Tekorten en/ of
overschotten op dit programmaonderdeel worden in eerste
instantie onttrokken cq gestort aan de hiervoor bestemde
reserve. Resterend tekorten en/ of overschotten worden door de
deelnemende gemeenten gezamenlijk gedragen c.q. terugontvangen.
De verdeling van een eventueel tekort of overschot gebeurt
eveneens op grond van de genoemde verdeelsleutel.
De hoogte van de bijdrage van de deelnemer voor de uitvoering
van de taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder h van
de regeling (Schuldbemiddeling en budgetadvies) is op basis van
voor- en nacalculatie. De realisatiecijfers van het voorgaande
boekjaar vormen de basis voor de hoogte van de
voorcalculatorische budgetoverdracht in enig jaar Na afloop van
enig begrotingsjaar vindt nacalculatie plaats per gemeente.
Wet op de lijkbezorging (artikel 7 lid 1 onder Sociaal,
onderdeel a van de regeling)
Met gemeenten die deze taak aan de SDD hebben overgedragen
vindt verrekening plaats op basis van facturatie, deze vindt één
maal per jaar plaats te weten in de maand december van
betreffend jaar.
De bijdrage van een gemeente aan de apparaatskosten van de SDD,
wordt berekend op grond van de verdeelsleutel die gebaseerd is
op het vijfjaar voortschrijdend gemiddelde
bijstandsontvangers.
Uitzondering hierop vormen de uitvoeringskosten voor de WMO. Gemeenten
ontvangen van het Rijk hiervoor een bijdrage in de integratie-uitkering
WMO in de Algemene Uitkering. Deze kosten worden jaarlijks reëel begroot
doch tot maximaal 68,21% van de bijdrage van het Rijk. De SDD zal dit
gebruiken om een deel van de apparaatskosten WMO binnen haar begroting
te dekken.
Bij de apparaatskosten voor uitvoering van de taken die per 1 januari
2015 vanuit de AWBZ overkomen naar de gemeenten, de
maatwerkvoorzieningen Begeleiding en Kortdurend Verblijf, Persoonlijke
Verzorging en Inkomensondersteuning, dragen de gemeenten bij naar rato
van de WMO middelen (= onderlinge verhouding budget integratie uitkering
Sociaal domein tussen gemeenten) die zij hiervoor ontvangen binnen de
integratie-uitkering sociaal domein.