Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Afstemming en samenwerking binnen het sociaal domein

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp De Bilt 2015

Uitgangspunt bij de samenwerking is dat de professional beweegt en niet de hulpvrager. 1.. Mens op Maat Team Als bij de intake blijkt dat alleen sprake is van een ondersteuningsvraag op het gebied van de Wmo, dan wordt de vraag door het Mens op Maat Team van Stichting Mens afgehandeld. Mocht blijken dat een onderdeel van de problematiek vraagt om Wmo expertise en/of voorziening, dan wordt een professional van het Mens op Maat Team bij het gezinsplan betrokken. Als er een vraag over jeugdigen of gezinnen binnenkomt bij het Mens op Maat Team dan legt de professional van het Mens op Maat Team altijd contact met het CJG. 2.. Huisartsen Toeleiding naar de niet vrij toegankelijke vormen van jeugdhulp vindt ook plaats via huisartsen. Huisartsen zijn een belangrijke schakel voor de toeleiding naar jeugdhulp. Er worden afspraken gemaakt door de gemeente De Bilt met het CJG en huisartsen over samenwerking en samenhang. 3.. Regionale Dienst Werk en Inkomen (Is voorstel, nog niet afgesproken met RSD) Als bij de vraagverheldering blijkt dat sprake is van een bijstandsuitkering of er problemen zijn met opleiding, werk, schulden of participatie bij jongeren en/of hun ouders, wordt de samenwerking met de Regionale Dienst Werk en Inkomen (RWDI) gezocht. Bij de RWDI is er een contactpersoon voor De Bilt beschikbaar voor consult en kan indien nodig aanschuiven bij het gesprek (de intake). Als een vraag bij de RWDI binnenkomt en het betreft een jeugdige of ouders en er zijn zorgen op meerdere leefgebieden, dan wordt met deze jongere of het gezin besproken of het CJG wordt betrokken. Er wordt indien relevant voorgesteld de vraag integraal op te pakken. 4.. Veiligheidshuis (Is voorstel, nog niet afgesproken met Veiligheidshuis) De manier van samenwerken tussen het Veiligheidshuis en het CJG De Bilt bestaat uit twee routes: Een jongere komt binnen bij het casusoverleg (top-x) van het veiligheidshuis De coördinator van het veiligheidshuis legt contact met het CJG (een vast contactpersoon, voorlopig is dit de huidige coördinator) en stemt af of deze jongere bij het CJG bekend is. Als deze jongere bekend is volgt afstemming over de samenwerking. Als deze jongere niet bekend is volgt afstemming over het eventueel inzetten van benodigde (systeemgerichte) ondersteuning. Het overleg leidt niet altijd tot een actie vanuit het CJG. Dit is bijvoorbeeld het geval als de overtreding een incident is en er verder geen ondersteuningsvragen zijn. Als een jongere in detentie gaat, wordt dit gemeld bij het CJG middels het systeem CORV Vanuit het CJG wordt er bij ouders geïnventariseerd of er behoefte is aan (systeemgerichte) ondersteuning. Ruim op tijd en uiterlijk drie maanden voor de jongere uit detentie komt, wordt er een plan van aanpak gemaakt met het veiligheidshuis, SAVE en het CJG en eventuele andere betrokkenen, gericht op terugkeer in de maatschappij. Ouders en de jongere worden vanzelfsprekend betrokken bij het maken van het plan, om aan te sluiten bij de wensen en behoeften. Ook hier geldt dat de opties van lichte en lokale ondersteuning worden benut. Duurdere zorg wordt alleen ingezet als het nodig is. In sommige situaties is sprake van gedwongen hulp als gevolg van een rechterlijke uitspraak. 5.. Regionale Expertpool In gevallen waarin het CJG specialistische kennis nodig heeft om zwaardere problematiek de diagnose te kunnen stellen, kunnen zij hiervoor een beroep doen op de Regionaal Expertpool. Dit is een pool van multidisciplinaire specialisten met expertise over jeugdhulp en Wmo. Deze expertpool adviseert en verricht (brede) diagnostiek. De expertpool werkt in de regio Zuidoost Utrecht en acteert alleen op verzoek van een lokaal team. In De Bilt betekent dat concreet op verzoek van de coördinator(en). Samenvattend heeft de expertpool twee hoofdtaken: Advisering en consultatie lokale teams (Mens op Maat Team en CJG); Diagnostiek (in de betekenis van het proces als onderdeel van de vraagverheldering die is belegd in het lokale teams); N.B. Vanuit het expertteam wordt geen hulp verleend. 6.. Onderwijs Passend onderwijs is primair de verantwoordelijkheid van het onderwijs. Scholen bepalen met elkaar wat er nodig is om elke jeugdige te laten deelnemen, ook als dat extra aandacht of inzet betekent. Uit diverse pilots lokaal en elders in het land blijkt dat de combinatie zorg en onderwijs het meest effectief is als dit op elkaar aansluit, uiteraard met betrokkenheid van het gezin. Samenwerking leidt tot een integrale en effectievere aanpak. Korte lijnen, minder bureaucratie, multidisciplinaire deskundigheid, laagdrempeligheid en daadkracht zijn succesfactoren. Het is niet altijd nodig om continu op school beschikbaar te zijn, maar het is wel goed om aangesloten te zijn op de zorgstructuur. De zorgstructuur verschilt per school. Dit houdt onder meer verband met het onderwijstype (po, vo, pso, vso), de problematiek en de omvang van de school. Daarom wordt per school bezien welke CJG-er (met welk profiel) het best past. Deze persoon is de contactpersoon op school en wordt ingebed in de zorgstructuur zodat onderwijs en jeugdhulp snel en adequaat kunnen samenwerken. 7.. Districtsoverleg huiselijk geweld (DOHG) Het DOHG wordt in 2015 voorlopig gecontinueerd, waarbij moet worden ondervonden in hoeverre zaken lokaal kunnen worden opgepakt en afgehandeld een het DOHG nodig blijft. Afhankelijk van de ervaringen in 2015 wordt over het voortbestaan van het DOHG besloten.

Rechtspraak bij dit artikel