Als een jeugdige in aanmerking komt voor een individuele voorziening, ziet het college het PGB en zorg in natura als gelijkwaardige verstrekkingsvormen, waar iemand zelf tussen kan kiezen.
Dit kan in natura of via een PGB. Met een PGB kunnen jeugdigen of ouders zelf hulp organiseren en inkopen. Om een zo goed mogelijke keuze te kunnen maken, worden aanvragers door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) geïnformeerd over de voor- en nadelen van de keuze. Er gelden ook voorwaarden om in aanmerking te kunnen komen voor PGB, deze staan toegelicht in 4.4 lid 6.
Er zijn een aantal verschillen tussen het PGB en zorg in natura. Met een PGB bepaalt de jeugdige of bepalen de ouders zelf wie de zorgverlener wordt en sluiten zij zelf een zorgovereenkomst af.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt de zorgverlener, de salarisadministratie kan ook aan de SVB worden uitbesteed (folder trekkingsrecht bij de svb). Bij zorg in natura levert de jeugdhulpaanbieder de zorg en ook de administratie daaromheen. De jeugdige of de ouders hoeven daar zelf niets voor te doen.
Uitgangspunt bij het kiezen van de vorm waarin jeugdigen of ouders ondersteuning willen ontvangen, is en blijft individueel maatwerk.
1. Combineren
In de praktijk wordt een hulpvraag vaak opgelost door een combinatie van verschillende vormen van hulp door verschillende partijen of personen. Bijvoorbeeld een mix van zorg in natura en een PGB.
Dit kan bijvoorbeeld als er binnen een gezin verschillende soorten ondersteuning nodig zijn.
Zo kan er binnen een gezin bijvoorbeeld voor vervoer gebruik gemaakt worden van collectieve voorzieningen, wordt de dagbesteding in zorg in natura geregeld en is er voor de individuele begeleiding van een jeugdige een PGB. Het is van belang dat binnen deze combinatie van voorzieningen flexibiliteit mogelijk is.