Naar hoofdinhoud
Conform artikel 4 van de Wet verstrekt het college alleen een individuele voorziening in de vorm van een PGB: als de jeugdige of zijn ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn de aan een PGB verbonden taken zoals verbonden aan het ondersteuningsplan, op verantwoorde wijze uit te voeren; als de jeugdige of zijn ouders overtuigend kunnen motiveren waarom zij de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend achten; als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een aanbieder of een persoon die behoort tot het sociale netwerk, van goede kwaliteit is en bijdraagt aan het beoogde resultaat.

Rechtspraak bij dit artikel