**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand;
hulpbehoevende: degene die is aangewezen op verzorging ter voorkoming van opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis;
bijstandsnorm: de normen als bedoeld in de artikelen 21 onderdeel a, b en c van de wet;
gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de wet;
woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de wet;
woonlasten:
indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs verminderd met de eventuele huurtoeslag, vermeerderd met verzekeringen en belastingen direct verbonden aan de woning, zoals rioolafvoerrecht en afvalstoffenheffing en vermeerderd met het vastrecht voor water en energie;
indien een eigen woning wordt bewoond, de eventuele hypotheekrente alsmede de aan de woning verbonden zakelijke belastingen, zoals onroerende zaakbelasting, alsmede de brandverzekering, opstalverzekering, waterschapslasten en gemeentelijke heffingen, zoals rioolafvoerrecht en afvalstoffenheffing, vermeerderd met het vastrecht voor water en energie;
kostgeld: de (maandelijks) verschuldigde som voor kost en inwoning.
**2..** Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als de wet.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand