Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11.

Voorwaarden voor een pgb

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp 2015

1.. Conform artikel 8.1.1 van de wet wordt een pgb verstrekt als een cliënt aan de volgende voorwaarden voldoet: de cliënt moet naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn de aan pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Dat mag ook met hulp uit zijn sociale netwerk of van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde; een cliënt moet zich gemotiveerd op het standpunt stellen waarom hij de maatwerkvoorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend acht; naar oordeel van het college is gewaarborgd dat de ondersteuning van goede kwaliteit is. De hulp moet in elk geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht geleverd worden; 2.. De aanvraag mag geen betrekking hebben op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt, tenzij nog is na te gaan dat de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3.. Minderjarigen die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering hebben gekregen of jeugdigen die zijn opgenomen in een gesloten accommodatie met een machtiging komen niet in aanmerking voor een pgb. 4.. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald. 5.. De persoon die de diensten gaat verlenen beschikt over de betreffende kwalificaties als die diensten zorg omvatten waarvoor krachtens landelijk geldende regels of richtlijnen kwaliteitseisen gelden. 6.. Voor pgb-jeugdhulp door niet geregistreerde jeugdhulpverleners kunnen alleen in aanmerking komen: dagbesteding, niet-specialistische begeleiding en vervoer/mobiliteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel