Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Súdwest-Fryslân 2015

1.. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit aangaande een individuele voorziening. 2.. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een besluit aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken, als het college vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening zijn aangewezen; de individuele voorziening niet meer toereikend is te achten; de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening, of de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.. Als het college een besluit op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening. 4.. Een beslissing tot verlening van een individuele voorziening kan worden ingetrokken als blijkt dat daarvan binnen zes maandenna bekendmaking van die beslissing geen gebruik is gemaakt of indien - in het geval van een pgb - het budget binnen genoemde termijn niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel