Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › AFDELING 4

Artikel 5:18

Standplaatsvergunning, weigeringsgronden, intrekken en vervallen vergunning

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1.. Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2.. Het college kan nadere regels stellen aan het innemen van een standplaats. 3.. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en het derde lid kan de vergunning worden geweigerd: in het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid; indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; wanneer als gevolg van een bijzondere omstandigheid in de gemeente of in een deel daarvan redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van een standplaatsvergunning voor de verkoop van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 5.. Het college kan, onverminderd artikel 1:8, de vergunning intrekken indien: de standplaatshouder ingeval van ziekte de standplaats gedurende de resterende looptijd van de vergunning niet meer in zal nemen; de standplaatshouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; de standplaatshouder gedurende een periode van twee achtereenvolgende maanden geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning. 6.. Het college kan de vergunning tijdelijk intrekken in het belang van de openbare orde en veiligheid danwel ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden. In dat geval kan het college de standplaatshouder tijdelijk een andere locatie toewijzen. 7.. De vergunning voor een standplaats vervalt: twee maanden na overlijden of onder curatelestelling van de standplaatshouder; indien de standplaatshouder niet meer voldoet aan één of meer van de bij nadere regels gestelde eisen; op verzoek van de standplaatshouder. 8.. Op de vergunning bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel