**1..** Voor de hoogte van het PGB gelden de volgende regels:
Het tarief voor het PGB is gebaseerd op het door het team Mens op Maat opgestelde onderzoeksverslag en de indicatie vanuit de gemeente.
Het tarief is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen, en;
Bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura.
Dat kan worden afgeleid uit bijvoorbeeld een offerte of van de prijzen uit de vastgestelde Maatwerkovereenkomst (MOB) welke de gemeente op de website van www.zeist.nl/zorgomtafel heeft gepubliceerd.
De hoogte van een PGB voor:
Begeleiding wordt bepaald per uur, per resultaat of per dag(deel) op basis van het basistarief dat door de gemeente is vastgesteld voor de betreffende soort begeleiding per uur, per resultaat of per dag(deel) in natura. Afhankelijk van de uitvoerder van de begeleiding worden de volgende percentages van dit basistarief gehanteerd:
Begeleiding ingekocht bij een niet door de gemeente gecontracteerde instelling 100% van de kosten vastgesteld in de MOB.
Begeleiding door een zelfstandige zonder personeel (ZZP-er): 85%; dit omdat er vanuit wordt gegaan dat de overheadkosten van een ZZP minder bedragen dan bij een instelling.
De hoogte van het PGB via het sociaal netwerk bedraagt maximaal het op grond van de Wet langdurige zorg geldende PGB-uurtarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners. Voor informele hulpen tussen 23-65 jaar bedraagt maximaal€ 20,- per uur en € 30,- per etmaal als het kortdurend verblijf betreft. Bovendien kan de informele hulp maximaal een fulltime werkweek declareren. Voor informele hulpen onder de 23 jaar geldt het wettelijk minimum jeugdloon. (prijspeil 2015).
Het is niet toegestaan om reiskosten, feestdagen uitkering, eenmalige uitkering, een vrijbesteedbaar bedrag of begeleiding- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget uit het PGB te financieren.
Bij het bepalen van wat de dienst of voorziening in natura gekost zou hebben, wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate voorziening zoals de gemeente die had kunnen inkopen.
Het bedrag voor de aanschaf van een voorziening kan zo nodig worden verhoogd met een bedrag voor onderhoud, verzekering, keuring en reparatie van de voorziening of een bedrag tot maximaal 10% van het aanschafbedrag (indien de eerder genoemde kosten niet gespecificeerd kunnen worden).
**2..** Trekkingsrecht
Het PGB-bedrag dat de gemeente aan een inwoner toekent, wordt in de vorm van “trekkingsrecht” via de Sociale Verzekeringsbank (SVB) aan de inwoner beschikbaar gesteld. Met het trekkingsrecht krijgt de inwoner het PGB niet uitgekeerd, maar krijgt hij of zij een bedrag op papier waarmee hij/zij de rekening van de zorgaanbieder of leverancier kan laten uitbetalen. Met dit landelijk opgelegde systeem wordt PGB-fraude voorkomen en wordt de administratieve last voor de budgethouder verlicht. De SVB geeft eventuele betalingsgegevens aan dienstverleners door aan de belastingdienst.
PGB’s voor voorzieningen (geen diensten)
Het is de bedoeling dat PGB’s voor voorzieningen, zoals trapliften en scootmobielen, ook via het trekkingsrecht aan de rechthebbende inwoners beschikbaar worden gesteld. De SVB is hier echter systeemtechnisch nog niet klaar voor. De gemeente houdt zich daarom het recht voor om PGB’s voor voorzieningen direct aan de cliënt uit te betalen, totdat de SVB aangeeft dat voorzieningen ook via trekkingsrecht uitbetaald kunnen worden.
Controle op deze PGB’s zal plaatsvinden aan de hand van door de inwoner ingediende facturen.
Voorkomen van het kapitaliseren van mantelzorg
Het vragen van geld voor zorg die anders in het kader van mantelzorg gratis geleverd zou worden, wordt “het kapitaliseren van mantelzorg” genoemd. Dit te gelde maken van mantelzorg willen we voorkomen.
Om gekapitaliseerde mantelzorg te voorkomen, wordt met de inwoner die PGB aanvraagt en zijn of haar mantelzorgers besproken:
Of er tot dan toe al sprake is geweest van (onbetaalde) mantelzorg;
Waarom de mantelzorger er eventueel mee stopt;
Waarom een eventuele nieuwe mantelzorger de zorg niet gratis wil verlenen.
In bepaalde gevallen kan het kapitaliseren van mantelzorg billijk zijn. Bijvoorbeeld als een familielid minder gaat werken om de zorg uit te kunnen voeren.
Duur PGB
Het PGB voor huishoudelijke hulp, begeleiding, kortdurend verblijf en beschermd wonen wordt voor de duur van de indicatie verstrekt tenzij de duur van de indicatie langer is dan drie jaar, dan geldt een maximale periode van drie jaar. Voor andere voorzieningen hangt de duur van het PGB af van de afschrijvingstermijn van de betreffende voorziening.
Beschikking
In de beschikking wordt vermeld wat de omvang van het PGB is en voor hoeveel jaar het toegekend wordt. Om te voorkomen dat een verkeerde voorziening wordt aangeschaft, wordt zo nauwkeurig mogelijk beschreven aan welke eisen de voorziening moet voldoen (het programma van eisen).
Ook wordt aan de inwoner gemeld of er een eigen bijdrage verschuldigd is. Omdat de eigen bijdrage vastgesteld en geïnd wordt door het Centraal Administratie Kantoor (CAK), zal niet de hoogte van de eigen bijdrage in de beschikking worden opgenomen. Hiervoor wordt verwezen naar het CAK. Het is om die reden ook niet mogelijk om de eigen bijdrage bij voorbaat met het pgb te verrekenen.
De inwoner moet in de beschikking ook worden gewezen op het feit dat het PGB binnen een periode van zes maanden moet worden aangewend.
**3..** Beëindiging PGB voor in bruikleen toegekende voorzieningen
Als een inwoner een Wmo-indicatie heeft gekregen voor een hulpmiddel, dan kan hij ervoor kiezen om dit middel in natura of in de vorm van een PGB te krijgen. Bij hulpmiddelen in natura geldt dat als ze, om wat voor reden dan ook, niet meer gebruikt worden, de gemeente de indicatie voor het hulpmiddel stopt en het betreffende hulpmiddel laat ophalen. Het middel kan dan eventueel herverstrekt worden aan een andere cliënt.
Wat hoeft niet terugbetaald te worden
In een aantal gevallen hoeft (een deel van) het PGB niet terugbetaald te worden:
als het oorspronkelijke PGB lager is dan € 500,-, dan wordt er niet teruggevorderd;
als het terug te betalen bedrag lager is dan € 50,-, dan wordt er niet teruggevorderd;
een (deel van een) PGB dat is besteed aan niet-standaard aanpassingen van een hulpmiddel wordt niet teruggevorderd. Van bijvoorbeeld een op maat gemaakte zitorthese in een rolstoel, verwachten wij niet dat een inwoner die later nog te gelde kan maken.
Verhuizing en overlijden
Als de inwoner verhuist voordat de afschrijvingstermijn van het hulpmiddel is verstreken, dan zal een deel van het PGB worden teruggevraagd. De inwoner kan hiervoor bij zijn of haar nieuwe gemeente een nieuw PGB aanvragen. Op die manier betaalt de nieuwe gemeente voor de restwaarde van de voorziening. Als de inwoner is overleden, dan eindigt de indicatie voor het hulpmiddel automatisch. Ook dan moet er een deel van het PGB worden terugbetaald.
Procedure
Als een indicatie voor een hulpmiddel dat in PGB-vorm is verstrekt, wordt beëindigd, dan wordt in de beëindigingbeschikking meegedeeld of er sprake is van terugvordering, hoe hoog het terug te betalen bedrag is en binnen welke termijn dit bedrag betaald moet worden.
**4..** Controle
Door het gebruik van het systeem van trekkingsrecht via de SVB, wordt er automatisch al veel gecontroleerd. Omdat er direct aan de hulpverlener of leverancier wordt uitbetaald aan de hand van facturen of werkbriefjes is het voor de gemeente gemakkelijk zichtbaar of het PGB (goed) wordt besteed.
Budgethouders die een PGB voor een dienst ontvangen zijn verplicht een zorgovereenkomst met hun hulpverlener in te dienen bij de svb. De gemeente dient de zorgovereenkomst digitaal goed te keuren voordat het PGB wordt uitbetaald.
Budgethouders die een PGB voor een middel ontvangen zijn verplicht om binnen drie maanden na de uitbetaling van het PGB een (deel van) het PGB te besteden aan een passend middel.
Als er minder wordt uitgegeven dan het volledige PGB, dan blijft dat staan op de rekening van de SVB. Aan het einde van elk jaar worden die overgebleven bedragen terugbetaald aan de gemeente.
Hoofdstuk 10
Artikel 10.4
Hoogte van het PGB
Onderdeel van BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DE BILT 2015