Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Afwegingskader

Onderdeel van BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DE BILT 2015

Waarom begeleiding: sociale redzaamheid; bewegen en verplaatsen; probleemgedrag; psychisch functioneren; geheugen- en oriëntatiestoornissen. Het onderscheid tussen enerzijds lichte beperkingen en anderzijds matige tot zware beperkingen wordt op elk van de vijf terreinen onderzocht aan de hand van een aantal aspecten. Sociale redzaamheid Bij sociale redzaamheid gaat het om de volgende aspecten: begrijpen wat anderen zeggen; een gesprek voeren; zich begrijpelijk maken; initiëren en uitvoeren eenvoudige taken; kunnen lezen, schrijven en rekenen; dagelijkse bezigheden; problemen oplossen en besluiten nemen; dagelijkse routine regelen; initiëren en uitvoeren complexere taken; communicatiehulpmiddel gebruiken; zelf administratie zaken bijhouden. zelf geld beheren; Bewegen en verplaatsen Bij zich bewegen en verplaatsen gaat het om de volgende aspecten: lichaamspositie handhaven; grove hand- en armbewegingen maken; fijne handbewegingen maken; lichtere voorwerpen tillen; gecoördineerd bewegingen maken met benen en voeten; lichaamspositie veranderen; trap op en af gaan zonder hulp(middelen); zich verplaatsen met hulp(middelen); voortbewegen binnenshuis, zonder hulp(middelen); gebruik maken van openbaar vervoer; eigen vervoermiddel gebruiken; voortbewegen buitenshuis zonder hulp(middelen); korte afstanden lopen; zwaardere voorwerpen tillen. Gedragsproblemen Bij gedragsproblemen gaat het om de volgende aspecten: destructief gedrag (gericht op zichzelf en/of de ander, zowel letterlijk als figuurlijk); dwangmatig gedrag; lichamelijk agressief gedrag; manipulatief gedrag; verbaal agressief gedrag; zelfverwondend of zelfbeschadigend gedrag; grensoverschrijdend seksueel gedrag. Psychisch functioneren Bij psychisch functioneren gaat het om de volgende aspecten: concentratie; geheugen en denken; perceptie van omgeving Oriëntatiestoornissen Bij oriëntatiestoornissen gaat het om de volgende aspecten: oriëntatie in persoon; oriëntatie in ruimte; oriëntatie in tijd; oriëntatie naar plaats. 1. Voorliggende voorzieningen Jeugdwet Kinderen en jongeren tot 18 jaar vallen onder de Jeugdwet. Als zij begeleiding nodig hebben dan kunnen zij zich wenden tot het CJG voor een gesprek. Behandeling Onder behandeling vallen activiteiten die gericht zijn op het verbeteren (tegengaan van verslechtering) van de aandoening, stoornis of beperking. Daarbij hoort het verbeteren van algemene competenties en vaardigheden (zoals beheersen van gedrag, verbeteren van fysieke vaardigheden als conditie, bewegingsvermogen, en/of mentale vaardigheden als oriëntatievermogen, concentratievermogen, enzovoort). Het gaat om gerichte professionele interventies, waarvoor expertise op het niveau van een specifiek medicus (specialist ouderengeneeskunde, arts verstandelijk gehandicapten, enzovoort), specifiek paramedicus (bijvoorbeeld ergotherapeut), vaktherapeut (bijvoorbeeld drama-/speltherapeut) of gedragswetenschapper (bijvoorbeeld orthopedagoog, gz-psycholoog) noodzakelijk is. Behandeling valt onder de Ziektekostenverzekering of onder de Wet langdurige zorg (Wlz) en is voorliggend op begeleiding, mits de behandeling beschikbaar is voor de cliënt. Het is ook mogelijk om tijdens de periode van behandeling begeleiding te indiceren, aanvullend op de behandeling en deze terwijl de behandeling vordert, af te bouwen. Hulp bij het huishouden In sommige gevallen kan hulp bij het huishouden, een andere en meestal goedkopere maatwerk voorziening voorliggend zijn op begeleiding. Dit als het gaat om het overnemen en eventueel aanleren van huishoudelijke taken al dan niet in combinatie met het overnemen van de organisatie van deze taken. Bemoeizorg en (Openbare)Geestelijke Gezondheid Zorg (OGGZ) Zorgmijding betekent dat de zorg die nodig is om verwaarlozing te voorkomen niet gezocht of geaccepteerd wordt. Bemoeizorg is een onderdeel van de (O)GGZ in het kader van de Wmo/GGZ. Het bestaat onder meer uit het bereiken van zorgmijders, het contact leggen met deze doelgroep, zorgcoördinatie en praktische ondersteuning. Zorgverzekeringswet  (ZVW) Zorg die medisch specialisten bieden, behoort tot de geneeskundige zorg die in het kader van de Zvw is verzekerd (Artikel 2.4 Besluit zorgverzekering). De zorg is gericht op behandeling van een stoornis en heeft als doel herstel of voorkomen van verergering van deze stoornis. De behandeling is niet beperkt tot de medische interventies, maar omvat, afhankelijk van de aard van de ingreep, tot de Zvw ook de nodige begeleiding. De aanvullende zorgverzekering valt niet onder de Zorgverzekeringswet en is hiermee ook geen wettelijk voorliggende voorziening. Het staat mensen vrij zich aanvullend te verzekeren of niet. De inhoud van deze verzekering en het gebruik hiervan door de inwoner kan van invloed zijn op de soort en omvang van de indicatie. Werk en school De Wajong en WAO/WIA zijn wetten met een ander doel dan een zorgdoel zoals de Wmo kent. Deze wetten bepalen de mate van arbeidsongeschiktheid en daaraan gekoppeld de hoogte van een uitkering. De Wsw is een regeling om aangepast werk te kunnen verrichten. Als een inwoner niet in staat is (aangepast) te werken of naar school te gaan, kan er aanspraak zijn op begeleiding groep ter vervanging van arbeid of school als de inwoner hierop is aangewezen. Dit betekent echter niet dat als de inwoner wel naar school kan gaan of kan werken, er geen aanspraak kan zijn op begeleiding groep anders dan ter vervanging van arbeid of school. Dit moet afzonderlijk worden afgewogen. Mantelzorg Mantelzorg is langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit zijn omgeving waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg overstijgt. Het gaat bij mantelzorg om niet-verplichte zorg. Als de mantelzorger aangeeft de bovengebruikelijke zorg niet (meer) vrijwillig te willen/kunnen leveren, bestaat er mogelijk aanspraak op bijvoorbeeld begeleiding. Bij mantelzorg staat het de inwoner vrij om de mantelzorg wel of niet te accepteren. Als een hulpbehoevende niet geholpen wil worden door een mantelzorger die dit aanbiedt, kan er aanspraak op professionele zorg bestaan. Overige voorliggende voorzieningen Niet bij wet gecreëerde voorzieningen kunnen het probleem ook oplossen en zijn in dat geval voorliggend. Voorbeelden hiervan zijn: alarmering; kinderopvang (anders dan bedoeld in de Wet Kinderopvang); vrijwilligers; Van inwoners die daartoe in staat zijn, wordt actie en initiatief verwacht om hun netwerk in te schakelen en zo te voorzien in hun vraag naar zorg en dienstverlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel